Teak

Tectona grandis is de enige leverancier van echt teakhout. Fantasienamen als afro-teak, yang-teak, Borneo-teak, iroko-teak zijn onjuist, want hiermee worden andere houtsoorten bedoeld die soms het echte teak in bepaalde toepassingen kunnen vervangen en er soms ook enige uiterlijke gelijkenis mee vertonen. Het kernhout is lichtbruin tot goudbruin aan licht blootgesteld nadonkerend. Soms donkerbruin tot zwart geaderd. Na te zijn blootgesteld aan licht verdwijnen de grote kleurverschillen meestal. Teak spint is vuilgrijs, circa 30 mm breed. Hout van Myanmar/Burma (uit natuurbossen) en Java (uit aanplant) is meestal gelijkmatig van kleur. Teakhout uit drogere streken (India) heeft veel sterkere kleurverschillen van geel tot zwart. Door de grote verschillen in groeiomstandigheden moet voor gelijkmatig gekleurde partijen teak dezelfde herkomst worden aangehouden. Afhankelijk van de grondsoort waarop het is gegroeid, kan teak 0,03-1,40% kiezel bevatten. De duurzaamheid van snelgroeiend plantagehout is meer variabel dan die van teak uit natuurlijke bossen.