Iroko

Vers gezaagd kernhout heeft een botergele tot bruingele kleur, soms met donkerbruine zones, nadonkerend naar goudbruin tot donkerbruin. Het lichtgekleurde spint is 50 tot 100 mm breed en duidelijk van het kernhout te onderscheiden. Door het voorkomen van draadafwijkingen en reactiehout kunnen vervormingen, ook na drogen, voorkomen. Typisch voor iroko is dat de houtkwaliteit tussen de aangevoerde partijen sterk kan variëren. Iroko vertoont in uiterlijk een vage gelijkenis met teak en wordt daarom wel eens met de naam iroko-teak, Afrikaans teak en kambala-teak aangeduid, wat onjuiste, misleidende benamingen zijn. De stammen bevatten soms zeer harde kalkachtige stoffen die in de vorm van flinke \"stenen\" kunnen voorkomen en de bewerking zeer nadelig kunnen beïnvloeden.