Essen

Het hout dat wij voornamelijk gebruiken van essen is het zeer brede spint waarvan de kleur varieert van wit tot geelachtig of licht geelbruin. Vers gezaagd hout kan bovendien een rozeachtige tint vertonen. Aan het licht blootgesteld, wordt blank essen op den duur geler van kleur. Het kernhout, dat slechts bij bomen vanaf een leeftijd van circa 60 jaar of ouder voorkomt, is bruin. Door het grillige verloop van de kern komt bruin/wit gestreept of gevlamd (kwartiers of dosse) hout voor, dat met de naam olijfessen wordt aangeduid. Essen staat bekend om zijn taaiheid. Vaak is men ten onrechte van mening dat het bruine hout minder taai is dan het witte. Van groter belang voor de taaiheid is de groeiringbreedte bij deze ringporige houtsoort. Van snel gegroeid hout met brede groeiringen bestaat het grootste oppervlak van de doorsnede uit vezelweefsel. Bij langzaam gegroeid hout met smalle groeiringen is het percentage vezelweefsel veel kleiner. Essen met brede groeiringen is daarom veel sterker en taaier dan essen met smalle groeiringen. De sterkte van essen is op zijn gunstigst wanneer de groeiringen een breedte van gemiddeld 2,5 tot 4 mm hebben. Essen kan soms wortelknollen vormen, waarvan het hout vaak gedeeltelijk donker is verkleurd. Het fineer hiervan heeft een fraai licht-donker kleurcontrast. Amerikaans essen heeft ongeveer dezelfde eigenschappen en toepassingen als Europees essen. Japans essen of tamo is lichter van gewicht en bruiner van tint. Tamo fineer is tamelijk wild getekend.